Europa: wereldrijk in wording?

Volgens de Bijbel is in de eindtijd voor Europa een hoofdrol weggelegd. Tijdens de zeventigste jaarweek zal het Romeinse Rijk het wereldtoneel opnieuw betreden. Het Imperium Romanum zal opnieuw verrijzen. Zo staat het geschreven, zo is het voorzegd. ln het hedendaagse proces van eenwording van Europa beleven we waarschijnlijk de inleiding tot deze toekomstige herrijzenis.
Eeuwenlang werd Europa door oorlogen en conflicten verscheurd. Meermalen was Europa het toneel van wapengekletter. Maar na de Tweede Wereldoorlog is er ontegenzeglijk een kentering gekomen: een onzichtbare hand smeedt de landen van Europa aaneen. Een geschiedenis van bloedvergŪeten heeft langzaam maar zeker plaatsgemaakt voor een proces van eenwording. Ondanks sommige interne conflicten, bijvoorbeeld over de vluchtelingencrisis. Binnen de Europese grenzen heerst een Pax Romana, een Romeinse vrede. Echter, de vraag is: geven deze ontwikkelingen werkelijk reden tot juichen? Of veeleer het tegendeel: leiden deze ontwikkelingen mogelijk naar Armageddon, de gigantische eindtijdoorlog?

Een veelbetekenende droom
Babel, 2600 jaar geleden. Nebukadnezar, de koning van Babel, droomt. In zijn fascinerende droom ziet de heidense vorst een indrukwekkend beeld. Het staat voor hem. Het beeld is hoog, glanzend en schrikwekkend. Verder is het opgebouwd uit verschillende materialen: een gouden hoofd, zilveren borst en armen, bronzen buik en lendenen, ijzeren benen en voeten die voor een deel uit ijzer en voor een deel uit leem bestaan.
Vervolgens ziet Nebukadnezar hoe het beeld volledig werd verbrijzeld. Vanaf een berg werd het beeld getroffen door een steen en daardoor verbrijzeld. Daarop ontwaakt Nebukadnezar. De droom was geŽindigd, de vervulling kon beginnen. Zoals u immers begrijpt, was het namelijk geen gewone droom. Nee, middels deze bijzondere droom had God de knagende vragen van deze heidense vorst beantwoord.
Nebukadnezar had zich afgevraagd 'wat hierna gebeuren zal' (DaniŽl 2:29a). Via deze droom was hem daarin inzicht gegeven. De droom was profetisch en openbaarde de toekomst: via de droom heeft God de koning 'laten weten wat er in later tijd gebeuren zal' (2:28b). Het is veelzeggend dat het beeld zich uitdrukkelijk voor en niet achter hem bevond (2:31c). De toekomst- oftewel: de dingen die voor hem lagen - werd onthuld.

Twee fasen van het Romeinse Rijk
Zoals de profeet DaniŽl vervolgens uitlegt, zien de onderdelen van het beeld op vier opeenvolgende wereldrijken. Respectievelijk betreft dit het Babylonische, Medo-Perzische, Grieks-Macedonische en het Romeinse Rijk. Inderdaad vermeldt de geschiedschrijving dat deze rijken na elkaar zijn opgekomen en ten onder zijn gegaan. Precies zoals was voorzegd. Of toch niet helemaal? Immers, anders dan voorzegd, is het Romeinse Rijk niet plotseling, maar geleidelijk aan afgebrokkeld. Kan dat worden verklaard?
De verklaring is eenvoudig: het Romeinse Rijk zal opnieuw opkomen en ten onder gaan. Met andere woorden: de Romeinse heerschappij valt uiteen in een historisch en een toekomstig stadium. De profetie vereist het ťn voorzegt het bovendien. Op de summiere beschrijving van het 'vierde koninkrijk' (2:40) volgt een uitgebreide beschrijving van een 'verdeeld koninkrijk' (2:41). Een rangtelwoord ontbreekt. Met andere woorden: er wordt niet geprofeteerd van een volgend - vijfde - wereldrijk, maar van een vervolg van het vierde wereldrijk.
Let, afgezien waarvoor het staat, bovendien op het materiaal: anders dan in de overgangen ervoor, wordt het niet vervangen. Het gouden Babylonische Rijk heeft plaatsgemaakt voor het zilveren Medo-Perzische Rijk, het zilveren Medo-Perzische Rijk heeft vervolgens plaatsgemaakt voor het bronzen Grieks-Macedonische Rijk en het bronzen Grieks-Macedonische Rijk heeft ten slotte plaatsgemaakt voor het ijzeren Romeinse Rijk. Maar het ijzeren Romeinse Rijk zal echter opnieuw verrijzen. Er wordt enkel leem aan toegevoegd. Maar verder betreft het datzelfde rijk. In het zevende hoofdstuk - waarin deze rijken voorgesteld worden door dieren - wordt dat bevestigd: er worden namelijk maar vier dieren beschreven. Anders dan in DaniŽl 2 wordt de Romeinse heerschappij blijkbaar voorgesteld als een ononderbroken tijdsperiode. De boodschap is glashelder: ondanks twee onderscheiden stadia is het hetzelfde Romeinse Rijk.
Reeds het Oude Testament voorzag en voorzegde - voorafgaand aan haar historische opkomst en bloeitijd! - de waarschijnlijk nabije herrijzenis van het Romeinse Rijk.

Een indringende openbaring
Patmos, 700 jaar later. Nebukadnezars droom is inmiddels grotendeels werkelijkheid geworden. Het ijzeren Romeinse Rijk beheerst - na het gouden Babylonische, het zilveren Medo-Perzische en het bronzen Grieks-Macedonische Rijk - de toenmalig bekende wereld. Politiek gezien mag het Romeinse Rijk wellicht bewondering wekken, geestelijk gezien is er beduidend minder reden voor een euforische stemming: tijdens de regeringsperiodes van een aantal keizers woedden er hevige christenvervolgingen. Onder andere onder Domitianus, regerend van 81 tot 96 A.D. Johannes, verbannen naar Patmos omwille van Christus, ontvangt daar een openbaring. Het is een onthulling, van 'wat spoedig moet geschieden'. U begrijpt het al: Johannes ontvangt de Openbaring, het laatste Bijbelboek.

Indeling van openbaring
Openbaring is verdeeld in drie delen. De verheerlijkte Heere gaf Johannes de volgende opdracht: 'Schrijf nu op (1) wat u hebt gezien, en (2) wat is, en (3) wat hierna zal geschieden' (1:19).
ďWat u hebt gezien' verwijst naar hoofdstuk 1:10-18: Christus, als Rechter en Priester te midden van de zeven kandelaren. Vervolgens verwijst 'wat is' naar hoofdstuk 2:1-4:2a: de zendbrieven aan zeven gemeenten in Asia en de opname van Johannes naar de hemelse troonzaal. Wellicht herkent u de diepere profetische laag daarvan: namelijk de zeven stadia van het tegenwoordige gemeentetijdperk, eindigend met de opname ofwel de hemelvaart van de gemeente.
Volgend op de zeven zendbrieven hoort Johannes de veelzeggende woorden: 'Kom hier, omhoog, en Ik zal u laten zien wat hierna moet geschieden' (4:1c). Het is overduidelijk: het derde deel begint. Wat hierna - na de tegenwoordige gemeentebedeling - moet geschieden. Negentien hoofdstukken lang worden we bijna uitsluitend ingeleid in de ontwikkelingen en gebeurtenissen die plaatshebben na de tegenwoordige gemeentebedeling. Verreweg het meest 0uitgebreid wat betreft de zeventigste jaarweek - oftewel de zevenjarige periode tussen de opname van de gemeente en de verschijning van Christus. Halverwege deze zeventigste jaarweek verrijst op het wereldtoneel het laatste wereldrijk.
Halverwege de zeventigste jaarweek - zo werd Johannes getoond - 'zag ik uit de zee een beest opkomen, met zeven koppen en tien horens, en op zijn horens waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam. En het beest dat ik zag, leek op een panter, en zijn poten waren als die van een beer, en zijn muil was als de muil van een leeuw' (Openbaring 13:1-za). De vraag is: Wat zag Johannes? Wat wordt er beschreven?

Een herleefd Romeins Rijk
Een vergelijking met DaniŽl 7 maakt dat duidelijk: Johannes zag zonder twijfel de opkomst van een wereldrijk. Of beter: de herrijzenis van een wereldrijk. Er staat immers: 'En ik zag een van zijn koppen als dodelijk gewond, maar zijn dodelijke wond werd genezenHet beest dat u gezien hebt, was en is niet; en het zal opkomen uit de afgrond...' Halverwege de zeventigste jaarweek zal een in het verleden ondergegaan imperium opnieuw verrijzen. Een herleefd Romeins Rijk - zoals we vanuit DaniŽl immers hebben vastgesteld - zal het toekomstige wereldtoneel betreden.
Volgens een tweetal teksten - te weten 13:3b en 17:8b - wekt deze herrijzenis verbazing bij de ongelovigen: zij 'zullen zich verwonderen als zij het beest zien, dat was en niet is, hoewel het er toch is.' Immers, nooit eerder in de wereldgeschiedenis is een ooit machtig maar gevallen rijk in haar vroegere glorie herrezen.

Een duistere oorsprong
Wat wordt er verder van dat rijk meegedeeld? Met name ťťn detail is belangwekkend, namelijk de oorsprong van haar macht. Normaliter geldt mijns inziens eveneens ten aanzien van koninkrijken wat geldt voor koningen: God 'zet koningen af en stelt koningen aan' (DaniŽl 2:21b). Echter, wat het herleefd Romeinse Rijk betreft, stelt het laatste Bijbelboek: 'de draak', oftewel de duivel, 'gaf hem zijn kracht, zijn troon en grote macht' (13:2b, 4a). Volgens hoofdstuk 17:8a 'zal het opkomen uit de afgrond.' Daarom ook wordt er vervolgens in ťťn adem aan toegevoegd: 'en naar het verderf gaan.' Het is onmiskenbaar: Openbaring leert duidelijk een duistere - ja, duivelse - oorsprong van het herleefd Romeinse Rijk. Het is de duivel die het tot leven wekt.

Lastering en vervolging
Deze duivelse oorsprong zal tevens haar koers bepalen: het zal zich ongeremd tegen God verheffen. Het wordt overduidelijk en bovenal gekenmerkt door lastering van en verheffing tegen God. Immers, haar godslasterlijke karakter wordt meteen met de beschrijving van haar opkomst genoemd: 'en op zijn koppen een godslasterlijke naam' (13:1). Met andere woorden: meteen vanaf haar opkomst zal haar ware aard zich openbaren.
Vervolgens zal haar duivelse aard nog op een andere wijze tot uiting komen: het zal een hevige vervolging van de gelovigen ontketenen. Johannes schrijft: 'En het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen...' (13:7a). Deze woorden zijn duidelijk een echo van DaniŽl 7: 'Ik had namelijk toegekeken,' schrijft de profeet, 'en gezien dat die horen oorlog voerde tegen de heiligen en dat hij hen overwon' (vers 21). Overigens, met de genoemde hoorn wordt gedoeld op een menselijke heerser: de 'keizer' van het herleefde Romeinse Rijk. Zoals gewoonlijk wordt het gezicht van het rijk door haar heerser bepaald. Met andere woorden: het rijk weerspiegelt haar heerser, zeker bij dictatoriale regimes.

Armageddon...
Echter, deze heerser leidt het rijk - waarschijnlijk ongedacht, maar zeer zeker onbedoeld - naar haar ondergang. Na een korte bloeiperiode zal het voorgoed tenietgaan. Haar tijd is afgemeten: tweeŽnveertig maanden (13:5b), oftewel drieŽnhalf jaar. Met Armageddon wordt orde op zaken gesteld. De Romeinse heerschappij wordt voorgoed beŽindigd. ln DaniŽl 7:11b wordt deze dramatische gebeurtenis op indringende wijze beschreven: 'Ik keek toe totdat het dier gedood werd en zijn lichaam vernietigd werd, en aan het laaiend vuur werd prijsgegeven.' Het Romeinse Rijk zal vervolgens nooit opnieuw herrijzen. In tegendeel: veeleer zal het - volgens de uitleg van het visioen - plaatsmaken voor een 'eeuwig koninkrijk' (7:27b), het Koninkrijk van God.
Armageddon - een samentrekking van har en Megiddo - betekent: 'hoogte neerhouwen'. Met deze benaming wordt meteen het gebeuren beschreven. Met Armageddon wordt namelijk de hoogmoed neergeslagen. Openbaring 16:14,16 profeteert over demonische geesten 'die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de oorlog van de grote dag van de almachtige God. En hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Armageddon wordt genoemd.' Openbaring 19:19 vervolgt: 'En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeenverzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat,' waarmee Christus wordt aangeduid, 'en tegen Zijn leger.' Hoogmoediger kan het niet: zwakke schepselen denken zich te kunnen meten met God de Almachtige... Evenwel, de ontnuchterende uitkomst is onvermijdelijk: de Koning der koningen zal hen met Zijn terugkeer volkomen wegvagen. Openbaring 17:14a voorzegt: 'het Lam - want Heere der heren is Hij en Koning der koningen - zal hen overwinnen.' Spreuken 16:18 blijkt onverkort geldig gebleven: 'Trots komt vůůr de ondergang, en hoogmoed komt vůůr de val.'

Van droom naar nachtmerrie
Totale oorlog. Armageddon. Uiteindelijk zal de door Europa gekoesterde droom - eindelijk bestendige vrede - op de ergst denkbare nachtmerrie uitlopen. Het herleefde Romeinse Rijk zal de volkeren in een gigantische wereldoorlog storten. Een oorlog die ze niet zal kunnen winnen. Het betreft namelijk een oorlog tegen God. Nee, de ontwikkelingen in Europa geven uiteindelijk geen reden tot juichen. Hoogstwaarschijnlijk is de tegenwoordige EU het voorstadium van het herleefde Romeinse Rijk. De eindstrijd van Armageddon lijkt langzaam maar zeker aan de horizon te verschijnen. Voorafgaand zal echter de opname van de gemeente plaatshebben. 'Ik kom spoedig. Amen, ja, kom, Heere Jezus!' (Openbaring 22:20b).

Toegevoegd: 13 januari 2017
Bron: Het zoeklicht nr.16/17, 92e jaargang.
Voor een abonnement op Het Zoeklicht, klik hier.


blog comments powered by Disqus


Print deze pagina
Terug