De Laatste Generatie

We gaan nog eens dieper in op het teken van 'de gelijkenis van de vijgenboom.':

Matthéüs 24: 32-35

32 Leert dan van de vijgenboom deze les: Wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is.
33 Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur.
34 Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt.
35 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.

Veel profetiestudenten leggen dit bijbelgedeelte als volgt uit: wanneer wij de opkomst van IsraŽl als volk zien (zoals dat in 1948 het geval was), weten wij dat de tijd van het einde 'nabij is - voor de deur'. Zij stellen dat een vijgenboom wanneer die in de Heilige Schrift symbolisch wordt gebruikt, meestal verwijst naar het volk IsraŽl. Wanneer deze veronderstelling juist is (en wij geloven dat dat het geval is), dan was het feit dat IsraŽl in 1948 officieel tot staat is uitgeroepen het 'teken' uit MatthťŁs 24:1-8, het begin van de 'weeŽn' - dit betekende dat de 'tijd van het einde' 'nabij' is.

Het lijkt wel alsof de boom in 1914-1918 werd geplant, toen de eerste 'wee' werd gevoeld, maar dat die pas in 1948, toen IsraŽl een soevereine staat werd, kon uitgroeien tot een boom die vruchten kon voortbrengen, waardoor EzechiŽl 37:1-8 werd vervuld. Als dit inderdaad is wat onze Heer in gedachten had toen Hij in MatthťŁs 24:32 over de vijgenboom sprak, dan mogen we aannemen dat we ons nu bevinden 'in het seizoen' van de komst van de Heer. Want Hij heeft gezegd: 'Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur' (MatthťŁs 24:33). Met andere woorden, wanneer alle genoemde tekenen optreden - de Eerste Wereldoorlog, hongersnood, epidemieŽn, aardbevingen en IsraŽl dat een staat wordt -, dan weet u dat de wederkomst van Christus nabij is.

Twee reeksen van 'dit alles'
Er zijn twee reeksen van 'dit alles' waarover MatthťŁs 24:33-34 spreekt. Als je geen onderscheid maakt tussen die twee dingen, begrijp je niet goed wat onze Heer heeft gezegd. Het gaat hier niet om dezelfde zaken. De eerste reeks 'dit alles' in vers 33 verwijst naar de gebeurtenissen die zijn begonnen in de verzen 7 en 8. De tweede reeks 'dit alles' verwijst naar de profetische toekomst, waaronder de Verdrukking en de glorieuze Wederkomst van Christus. Daarom wil onze Heer in de verzen 32 en 33 zeggen dat, net zoals een ontspruitende boom aankondigt dat de zomer nadert, 'dit alles' aangeeft dat de komst van de Heer nabij is, zelfs 'voor de deur' staat. Zo weten wij wanneer het seizoen van Zijn terugkomst is aangebroken. We moeten hier zorgvuldig mee omgaan en geen datum in dit verband proberen vast te stellen! Jezus heeft hierover gezegd:

Matthéüs 24: 36

36 Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen.

Onderzoek naar de profetieŽn heeft waarschijnlijk het meest te lijden gehad van tijdbepalers. Aan de andere kant geeft dit bijbelgedeelte duidelijk aan dat we het seizoen kunnen onderscheiden. Wij geloven dat het seizoen niet alleen is aangebroken, maar dat we ons zelfs in het staartje ervan bevinden. We begrijpen dat Hij heeft aangegeven dat dit seizoen wel zo lang als een 'geslacht' zou kunnen duren.

Het geslacht
We zijn nu zover dat we op zoek kunnen gaan naar de oplossing voor de tijdsbepaling van dit gehele bijbelgedeelte en antwoord kunnen geven op de vraag van de discipelen in MatthťŁs 24:3: 'Zeg ons wanneer dat zal geschieden'. De oplossing is te vinden in vers 34. Jezus heeft gezegd: 'Voorwaar, lk zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbij gaan, voordat dit alles [de tweede reeks 'alles'] geschiedt.' Het belangrijkste punt hier is de betekenis van 'dit geslacht', want welk geslacht Hij ook in gedachten had, het zal niet voorbij gaan voordat de Wederkomst heeft plaatsgevonden. Het lijkt erop dat er maar vier generaties zijn om uit te kiezen:
  1. De generatie van de discipelen. Niets wat hier op lijkt, is echter in hun tijd gebeurd. Hun geslacht is voorbij gegaan en de Heer is in die tijd niet teruggekomen. Het is dus niet waarschijnlijk dat Hij de generatie van de discipelen in gedachten had.
  2. De generatie die de Eerste Wereldoorlog heeft meegemaakt. Veel bijbelleraren achtten dit mogelijk. Dit scenario wordt op dit moment echter steeds onwaarschijnlijker omdat er bijna niemand meer van die generatie in leven is. Toch moet de mogelijkheid dat 'dit geslacht' staat voor de generatie die de Eerste Wereldoorlog heeft meegemaakt, de komende vijf jaar nog niet helemaal worden uitgesloten.
  3. De generatie die heeft meegemaakt dat IsraŽl in 1948 officieel een staat werd. Die generatie was oud genoeg om te 'zien' dat de Verenigde Naties IsraŽl officieel als staat heeft erkend. Wanneer we ervan uitgaan dat deze generatie in 1948 bestond uit kinderen van tien en ouder, dan gaat het hier waarschijnlijk om de generatie die rond 1938 is geboren - misschien vijf tot tien jaar meer of minder.
  4. De generatie die de Zesdaagse Oorlog in 1967 heeft meegemaakt. Deze oorlog vond plaats toen het IsraŽlische leger Jeruzalem binnentrok en haar vlag in de stad plantte. Hier zou het gaan om de generatie die rond 1957 is geboren.
Een ding is zeker: het is gevaarlijk om dogmatisch te zijn! Daarom zeggen wij liever dat wij geloven dat 'dit geslacht' verwijst naar degenen die in 1948 leefden. Het zou echter ook kunnen verwijzen naar degenen die in 1967 leefden of naar degenen die wellicht een toekomstige oorlog meemaken als de joden opnieuw de alleenheerschappij over hun heilige stad zullen verkrijgen.

Hoe lang duurt een geslacht?
De tweede belangrijke kwestie in deze profetie heeft te maken met de betekenis van 'geslacht'. Hoe lang duurt een bijbels geslacht? Vlak nadat IsraŽl in 1948 erkenning als staat had gekregen, voorspelden veel profetieleraren dat Christus in 1988 zou terugkeren. Zij gingen uit van de redenering dat een generatie veertig jaar duurde en dus zouden al deze dingen, waaronder de wederkomst van Christus, in 1988 hun beslag krijgen. Het moge duidelijk zijn dat ze het bij het verkeerde eind hadden! Zij waren oprecht geÔnteresseerd om de op handen zijnde komst van Christus onder de aandacht te brengen, maar hun onschriftuurlijke speculaties zorgden er alleen maar voor dat de belangstelling voor Zijn terugkomst taande.

Een van hen heeft een boek geschreven met de titel Eighty-Eight Reasons Christ Will Return in 1988. Ook al had hij het bij het verkeerde eind, er werden wel driehonderdduizend exemplaren van zijn boek verkocht. Toen 1988 was gekomen en gegaan, gaf bij niet toe dat bij het mis had, maar sloeg hij opnieuw aan het rekenen en besloot dat hij zich een jaar had vergist. Hij haastte zich opnieuw een boek uit te geven met de mededeling dat Christus in 1989 zou terugkomen. Het schijnt dat er ergens in een pakhuis dertigduizend onverkochte exemplaren liggen opgeslagen. En daar kunnen ze maar beter blijven liggen ook! Dergelijke speculaties brengen alleen maar teleurstellingen met zich mee en doen het lichaam van Christus kwaad.

Deze man heeft verschillende fouten gemaakt, maar was met name fout in zijn veronderstelling dat een generatie in de bijbel precies veertig jaar duurt. Dit is geen betrouwbare aanname. Het feit dat IsraŽl veertig jaar in de woestijn zwierf of dat David en Salomo veertig jaar koning over IsraŽl waren, betekent niet dat veertig jaar de bijbelse tijdsduur van een generatie is. Zoals profetiegeleerde dr. Arnold Fruchtenbaum heeft geschreven: 'De bijbel beperkt de periode van een generatie op geen enkele plaats tot veertig jaar. Op de enige plaats waar het woord geslacht een bepaalde tijdsduur is gegeven, wordt aangenomen dat die periode uit honderd jaar bestaat (Genesis 15:13-16). In feite kan de term geslacht 20, 40, 70, 80 of 100 jaar betekenen.' Een van de psalmen vertelt ons:

Psalm 90:10

10 De dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, en, indien wij sterk zijn, tachtig jaren; wat daarin onze trots was, is moeite en leed, want het gaat snel voorbij, en wij vliegen heen.

De psalmist geeft hier aan dat een generatie zo'n zeventig of tachtig jaar duurt. Maar dit betekent niet dat een generatie zich beperkt tot die zeventig of tachtig jaar; hij geeft alleen maar aan hoe lang een geslacht over het algemeen duurt. We moeten de woorden van de Heer hier heel goed wegen. Hij heeft gezegd: 'Voorwaar, lk zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt' (MatthťŁs 24:34). Uit hoeveel mensen bestaat een geslacht? Niet uit een bepaald aantal - zelfs ťťn iemand die de gebeurtenissen in 1948 heeft meegemaakt, zou in aanmerking komen om het 'geslacht' te vertegenwoordigen. We moeten er echter niet van uitgaan dat de hele generatie overlijdt voordat Jezus terugkomt! Jezus wist dat de laatste generatie voor Zijn komst gekenmerkt zou worden door hoge ouderdom - wij kennen tegenwoordig verschillende mensen die negentig jaar of ouder worden -, dus 'dit geslacht' beperkt zich niet tot tachtig jaar.

Als we dus uitgaan van ofwel 1948 ofwel 1967 en dan het tijdsbestek van een mensenleven nemen (met een marge van tien jaar voor iemand om de gebeurtenissen te 'zien' en te begrijpen), daar vervolgens zeven jaar of iets meer vanaf trekken voor de Verdrukking en de tussenperiode tussen de Opname en de ondertekening van het verbond met IsraŽl, dan komen we uit op dezelfde tijdsperiode voor de terugkomst van onze Heer als vele anderen hebben aangegeven: ergens tussen de eeuwwisseling en de eerste vijfentwintig jaar van de eenentwintigste eeuw in. Met andere woorden, onze generatie.

Hoewel we er niet helemaal zeker van zijn dat onze generatie de laatste is voor de terugkomst van onze Heer, weten wij ťťn ding wel heel zeker: onze generatie heeft meer redenen om aan te nemen dat Hij tijdens ons leven zou kunnen terugkomen dan alle andere generaties voor ons.

Laten we nu nog een paar korte teksten bekijken die betrekking hebben op het tijdstip van de terugkomst.

I Thessalonicenzen 5: 1-2

1 Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt:
2 Immers, gij weet zelf heel goed, dat de dag des Heren zó komt, als een dief in de nacht.

Lucas 17: 21

21 Het koninkrijk Gods komt niet zó, dat het te berekenen is.

Lucas 17: 24

24 Want gelijk de bliksem flitst en van de ene kant des hemels tot de andere kant licht, zó zal de Zoon des mensen wezen op zijn dag.

Het heeft geen zin om te gaan zoeken naar een precieze datum, een precies jaartal. We moeten gewoon doorgaan met goed leven en in afwachting van hem waakzaam leven.
Eens komt de dag...


Print deze pagina