IsraŽl

Hoewel praktisch de hele wereld het met de Palestijnen eens is dat zij de rechtmatige eigenaren van de oude bijbelse gebieden Samaria en Judea zijn, bestaat daarvoor geen enkel historisch bewijs. Alle aanspraken zijn vals en gebaseerd op leugens. De Bijbel laat er geen enkele twijfel over bestaan wie de rechtmatige bezitters zijn van deze gebieden. De hele geschiedenis begint met Abraham, de stamvader van de Arabieren en het volk van IsraŽl.

Genesis 12: 1-4

1 De Here nu zeide tot Abram; Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal.
2 Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn.
3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.
4 Toen ging Abram, zoals de Here tot hem gesproken had, en Lot ging met hem en Abram was 75 jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.

Na zijn vertrek uit Haran komt Abraham met zijn gevolg aan in Sichem- het hedendaagse Nablus- bij de terebint van More.

Genesis 12: 6-7

6 En Abram trok het land door tot de plek bij Sichem tot de terebint Morť; en de Kanašnieten waren toen in het land.
7 Toen verscheen de Here aan Abram en zeide, Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven.

Sichem is ťťn van de steden die IsraŽl aan de Palestijnse Autoriteit heeft overgedragen zoals in de Oslo-akkoorden is overeengekomen. Sichem ligt in de streek Samaria, ten westen van de rivier de Jordaan.

Genesis 17: 7-8 & 19-21

7 Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht en hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn.
8 Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganze land Kanašn, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn.
19 Sara zal een zoon baren, en gij zult hem Isašk noemen en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten tot een eeuwig verbond voor zijn nageslacht.
20 En wat IsmaŽl betreft, Ik heb u verhoord; zie, Ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar doen zijn en uitermate talrijk maken; twaalf vorsten zal hij verwekken, en Ik zal hem tot een groot volk stellen.
21 Maar mijn verbond zal Ik oprichten met Isašk, die Sara u op deze zelfde tijd in het volgende jaar baren zal.

IsmaŽl kreeg als woongebied de woestijn van Paran en Isašk het land Kanašn. De genoemde bijbelteksten maken duidelijk dat geen enkel ander volk dan de kinderen van IsraŽl aanspraak kunnen maken op het Beloofde Land of zelfs maar delen daarvan. De landbelofte aan IsraŽl wordt maar liefst 47 maal onder ede door de Here God in Zijn Woord herhaald.

Het land IsraŽl is Gods land. De hele wereld is van God maar de Here noemt IsraŽl Zijn land en als God spreekt over mijn land, dan spreekt hij ook over mijn volk, de kinderen van IsraŽl. IsraŽl is het land waar God Zichzelf openbaarde en tot de mens sprak. Het is het land van de Bijbel. Geen ander land op aarde is ooit door God beloofd aan een volk in het bijzonder, dat is alleen met het volk van IsraŽl gebeurd. Het land en het volk van IsraŽl horen onlosmakelijk bij elkaar. Desondanks heeft een groot deel van de wereldbevolking daar een andere mening over. Wereldleiders, de VN, kerkelijke machthebbers en niet in de laatste plaats de islamitische wereld, bestrijden IsraŽl het recht op het land. Kerken hebben door de eeuwen heen beweerd dat de landbelofte aan IsraŽl slechts was beloofd tot de tijd dat Jezus in het vlees verscheen of tot de kruisiging. Dit soort beweringen doen afbreuk aan de onfeilbaarheid van Gods Woord. Het zijn misleidende verklaringen die eeuwenlang miljoenen gelovigen op een dwaalspoor hebben gezet. De wereld heeft IsraŽl gedwongen grote delen van Gods land af te staan aan een volk dat er geen enkel recht op heeft.

IsraŽl werd een natie in 1312 v C, tweeduizend jaar voor de opkomst van de islam, en lang voordat er sprake was van enig Arabisch land. Kanašn was het Heilige Land, het nationale tehuis voor het joodse volk sinds bijbelse tijden. Sindsdien is het meer dan 15 keer bezet. Onder de bezetters waren Egyptenaren, BabyloniŽrs, Perzen, Grieken, Romeinen en Ottomaanse Turken. De hele wereld gelooft in de leugen dat IsraŽl Arabisch land bezet houdt. Maar er bestaat geen enkele link tussen de nakomelingen van Sem noch die van IsmaŽl en het Heilige Land. De Kanašnieten, Hethieten, Amorieten, Hevieten, Jebusieten en Filistijnen, die tijdens IsraŽlís intocht in het Beloofde land woonden, waren geen van allen Semieten maar nakomelingen van Cham. De nakomelingen van IsmaŽl woonden in de woestijn van Paran en zwermden later uit over het Arabisch schiereiland w.o. Jemen en Saoedi-ArabiŽ.De bewering dat de Palestijnse wortels terug te vinden zijn in de Kanašnieten, Filistijnen etc, berust derhalve op geen enkel historisch feit. Er blijkt in de hele geschiedenis nooit een Palestijns volk te hebben bestaan. Er bestaat geen Palestijnse taal, geen Palestijnse cultuur en er is nooit sprake geweest van een land dat bestuurd werd door Palestijnen.

De weg die IsraŽl de hele geschiedenis door gegaan is, was een weg die met lijden gepaard is gegaan. Zij waren het die het verwoeste land hebben opgebouwd, de kale bergen van Samaria en Judea in cultuur hebben gebracht en de woestijn hebben laten bloeien als een roos. Alle zogenaamde vredesakkoorden hebben een ontwikkeling op gang gebracht, die het Joodse volk elke veiligheid heeft ontnomen. De Oslo-akkoorden zijn een verbond met de dood gebleken en een verdrag met het dodenrijk. Begrip en sympathie van de wereld zijn er niet bij voor de joodse slachtoffers van de Palestijnse moordbrigades. Als IsraŽl probeert zichzelf te beschermen tegen moordenaars die zichzelf opblazen, krijgt men het advies zich terughoudend op te stellen. Het is de Palestijnse propagandamachine gelukt IsraŽl als bezetter en agressor te brandmerken en het ĎPalestijnse volkí als slachtoffer voor te stellen. Het is verbazingwekkend te zien hoe de Palestijnse leugenmachine gewillig wordt aangenomen, zelfs in christelijke kringen. Het volk van IsraŽl wordt opgejaagd in haar eigen land en de hele wereld doet er aan mee.

Het door de afstammelingen van IsmaŽl bewoonde gebied is 614 keer groter dan het kleine stukje wat de VN aan IsraŽl heeft toegewezen, maar desondanks gunt men IsraŽl dit stukje land niet. Tot het zuiden van Soedan en het noorden van SyriŽ, van de kust van de Atlantische Oceaan in het westen tot aan de grens van Iran in het oosten, is Arabisch land. Maar dat blijkt niet genoeg. Iedere vierkante meter grond in bezit van de Joden ziet men als een ondraaglijke belediging aan het adres van de god van de islam, Allah, want alles moet onder de hoede van de islam worden gebracht. Maar het land komt de Arabieren niet toe. Een ieder die vindt dat de Arabieren recht hebben op het Beloofde Land inclusief Jeruzalem, dwarsboomt Gods plan met Zijn volk IsraŽl. Het is Gods land, gegeven aan de nakomelingen van Abraham, Isašk en Jacob als een eeuwig durend erfdeel tot in duizend geslachten.

Uit diverse bijbelteksten blijkt dat de strijd rond IsraŽl tenslotte in een wereldwijd conflict zal ontaarden. Er zal verlossing zijn voor IsraŽl want de Here heeft Zijn volk bijzonder lief en heeft het bestemd tot een grote opdracht voor de hele wereld. En hoewel IsraŽl nu door de meeste volken wordt veracht is het door God uitverkoren om in het laatst der tijden een bron van zegen te worden voor alle volken. De wereld kan er zeker van zijn dat tenslotte God Zijn plannen met IsraŽl volvoeren zal, want Hij is getrouw en Zijn plannen falen niet.

Alle moslimlanden rond IsraŽl bestrijden de Joodse natie eigenlijk vanwege het hebben van een eigen land in het Midden-Oosten. Wie echter de oppervlaktecijfers ziet van de verschillende landen zal spoedig tot de slotsom komen dat de joodse natie wel heel erg klein is ten opzichte van haar buren. Dit zijn de cijfers:

Land
Egypte
JordaniŽ
SyriŽ
Libanon
Irak
Saoedie-ArabiŽ
Iran
Totaal

IsraŽl
Aantal km2
1.001.449
97.740
185.180
10.400
434.924
2.149.960
1.648.000
5.527.653

20.770








Dus ruim 5,5 miljoen km2 Arabisch grondgebied.

Dat is 0,38 procent!














Met dank aan Franklin ter Horst.


Print deze pagina